Naar inhoud springen

gelijktijdigheid

Uit WikiWoordenboek
  • ge·lijk·tij·dig·heid
enkelvoud meervoud
naamwoord gelijktijdigheid gelijktijdigheden
verkleinwoord

de gelijktijdigheidv

  1. het op hetzelfde moment plaatsvinden van meerdere gebeurtenissen
     Maar om een handeling op te slaan in de vorm van een flits die geen tijd meer bestrijkt, was dat niet de vastlegging van die handeling in oneindig versnelde toestand? Volgens de fluxierekening van Newton vergde dat echter een eveneens oneindige energie, de energie die nodig is om begin en einde in elkaar te persen, om in volstrekte gelijktijdigheid, met ultieme versnelling, snel als de tijd zelve een massa te verplaatsen, een been, een tong, een hand, toen zo loom strelend, in de sluimerherinnering nu echter de drager van precies diezelfde energie, de hitte die overblijft wanneer men onder toevoer van alle kracht in de wereld een naald heeft samengeperst tot niets — wanneer zij met de vinger van haar aandacht zulk een sluimerherinnering aantoetsen zou, waardoor die zich opnieuw, temporeel in haar geest zou voltrekken, eerst die hand, toen de tong, niet meer alles tegelijk, zou dat de vrijmaking van die door de geest toegevoegde energie betekenen, welke na de explosie dan neerregenen zou als seconden, teruggetransmuteerd tot tijd, de tijd waarin het herinneringsbeeld zich ontsluiten en afspelen kan als handeling met verloop, een explosie verwoestend als het geweld waarmee die tot niets samengeperste naald zou terugspringen in zijn oude vorm van stof en staal.[2]
     Tegen de natuurwetten in zoeken ze naar gelijktijdigheid, of gelijk oversteken. De kwadratuur van de cirkel.[3]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Gewassen vlees” op Wikipedia (2014), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021436173
  3. Bronlink geraadpleegd op 3 mei 2022 Weblink bron
    Frans Boogaard
    “Stroef Europees overleg pas vanavond verder” (11-01-2017), Tubantia