Ramandu is a fictional character in C. S. Lewis's The Voyage of the Dawn Treader, part of the series The Chronicles of Narnia.
Once a star, he grew too old and descended to the island at the beginning of the end of the world where he lived for some time with his unnamed daughter (of uncertain parentage, but later the wife of Caspian X and Queen of Narnia). Each morning they would emerge from their home to sing a song during the length of dawn, perhaps causing the sun to rise. Then, a mass of white birds would fly out from "the valleys of the sun" and settle all over the island. One bird would carry a fire-berry, which it would place in Ramandu's mouth. Each time Ramandu ate a fire-berry he would grow younger, until he was an infant, when he was to become a star again.
Ramandu's Island was the last island before the end of the world. The geography of the island was one of gentle hills, not with steep slopes, but instead "with slopes like pillows" (Lewis 1952). A pleasant "purple" smell came forth from the island. The island had many capes and points. The bay in which the Dawn Treader anchored was wide and shallow; at the head of that bay was a level valley, which had a heather-like ground covering. In the valley, there was a wide oblong ruin with columns and no roof.
Ik doe het elke dag op mijn brood,
En het is niet bruin en ook niet rood.
En ook niet zo zwart als mijn sokken.
Ik heb het natuurlijk over witte chocolade vlokken.
Oh, ik word zo blij als ik er over zing.
Ik ben in de hemel bij het genot van de pudding.
Witte chocolade pudding met frambozensaus.
Ja, voor mij is het bijna net zo heilig als de paus.
Ja het is echt een mega smaaksensatie.
En toch neem ik het met slechts per gratie.
En als ik om een uur of twaalf slapen ga,
Droom ik van een wereld van witte chocola, witte chocola, witte chocola.
In de jaren 30 werd het officieel een soort,
Dus al bijna 80 jaar dat ook wit erbij hoort.
En in '48 werd het verkocht in Amerika.
Vlak na de second world war en daar heette het toch echt de alpin white chocolade bar, white chocolade bar, white chocolade bar.
En tegenwoordig heb je zelfs al witte chocolademelk.
Dan zit er een soort blok aan een stokje,
Dus lekker roerbaar in een warme drank dat geldt voor elk.
En dan voorzichtig toe aan dat lekkere eerste slokje, lekkere eerste slokje.
Ja het is echt een mega smaaksensatie.
En toch neem ik het met slechts per gratie.
En als ik om een uur of twaalf slapen ga,
Droom ik van een wereld van witte chocola, witte chocola, witte chocola.
En in de tijd rond sint en piet.
Vergeten we de chocoladeletter niet.
Waar ik het hele jaar op heb gewacht.
Is de witte letter, waar ik altijd weer naar smacht, waar ik altijd weer naar smacht.
En tot slot heb je ook nog een witte reep chocolade.
Het ambachtelijke eind van deze witte parade.
Zo veel verschil in soorten: groot of klein.
Oh, witte chocolade, wat smaakt het toch fijn, wat smaakt het toch fijn, wat smaakt het toch fijn.
Ja het is echt een mega smaaksensatie.
En toch neem ik het met slechts per gratie.
En als ik om een uur of twaalf slapen ga,
Droom ik van een wereld van witte chocola, witte chocola, witte chocola.
Witte chocola.