Douvrin is a commune in the Pas-de-Calais department in the Nord-Pas-de-Calais region of France.
An ex-coalmining town some 10 miles (16.1 km) east of Béthune and 15 miles (24.1 km) southwest of Lille, at the junction of the D165, the D163 and the N47 roads. Since the mid-1960s, farming and light industry have replaced coal mining as the principle occupations.
First recorded in the eleventh century, the town has been known by several variations of the name:
Doverin (in 1098), Dovring (in 1120), Dovrin (in 1149), Dovrign (in 1218), Douvringnum (in 1229), Douvrin (in the fifteenth century) and also as Douvrain (in 1652).
The town suffered considerable damage during World War I.
Coal mining was the main livelihood here for around 100 years, from the mid-nineteenth century until the 1960s when the reserves became uneconomic.
Since 1969, Française de Mécanique, part of PSA Peugeot Citroen has produced motor-car engines at the plant immediately north of the commune. Over 3,400 people work here, producing 7000 units a week.
Als hij kon toveren,
kwam alles voor elkaar.
Als hij kon toveren,
dan werd geen mens te zwaar
en iederen die zong er.
Als hij kon toveren, kon toveren,
dan hielden alle mensen van elkaar.
Ieder huis had 100 kamers,
in elke kamer stond tv
en z'n ouders bleven eeuwig leven
en hij leefde met ze mee.
De rivier was niet van water,
maar van sinaasappelsap
en hij zou niet hoeven leren
wat hij eigenlijk niet snapt.
Z'n vriendje zou ineens begrijpen
waaro ie ruzie met 'm kreeg
en iedereen zou voor hem buigen
als hij de troon besteeg
en 's winters lag er altijd sneeuw
en was het lekker warm
en niemand werd er rijk geboren
en niemand werd er arm.
Maar voor een toverspreuk van kwaliteit
ben je zomaar 1000 gulden kwijt
en naar een beetje toverboek
ben je toch wel 50 jaar op zoek
en de hele cursus tovenaar
duurt 125 jaar.
Dat brengt ie allemaal niet op.
Ik denk dat hij voor 't begin al stopt,
want zelfs de oma van z'n oma
had nooit een tovenaarsdiploma.