Naar inhoud springen

Rijksstanden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Symbolische uitbeelding van de Rijksstanden. Kopergravure uit 1606.

De rijksstanden (vroeger ook wel rijksstenden) waren in het Heilige Roomse Rijk de personen of gebieden die aan de Rijksdag deel mochten nemen. Hiervoor kwamen alleen zij in aanmerking die rijksvrijheid bezaten, oftewel rijksonmiddelbaar onder de keizer stonden.

Indelingen van de Rijksdag

[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds 1489 waren de rijksstanden in de Rijksdag in drie colleges onderverdeeld:

  • Het Keurvorstencollege (of Keurvorstenraad)
  • De Rijksvorstenraad, inclusief vier Rijksgravenbanken met elk 1 stem en twee Rijksprelatenbanken met elk 1 stem.
  • Het Rijksstedencollege, bestaande uit twee Rijksstedenbanken.

Voor een rechtsgeldig besluit van de Rijksdag, een Reichabschied, was de instemming van alle drie de colleges vereist.

De rijksridders waren niet op de rijksdag vertegenwoordigd, hoewel zij wel rijksonmiddelbaar waren en meermalen gepoogd hebben een collectieve vertegenwoordiging te verkrijgen.

Persoonlijke en collectieve stemmen

[bewerken | brontekst bewerken]

De rijksstanden waren te verdelen in degenen die persoonlijk zitting hadden in de Rijksdag en zij die alleen collectief zitting hadden:

Geestelijke en wereldlijke standen

[bewerken | brontekst bewerken]

De rijksstanden waren ook te verdelen in de wereldlijke en de geestelijke standen: